Arbeidsmarktupdate - april 2026: Onbenut arbeidspotentieel: belangrijk, maar geen oplossing voor de krapte
Arbeidsmarktupdate – april 2026
Arbeidsmarktanalyse van ArbeidsmarktInZicht (Etil research group), in samenwerking met Mediahuis, Banenrijklimburg en Limburgvac.
Kernpunten in april
- Onbenut arbeidspotentieel blijft beperkt
- Historisch laag niveau in Limburg
- Extra uren hebben weinig effect
- Tegelijk willen veel mensen minder werken
- Krapte blijft structureel probleem
De arbeidsmarkt in Limburg staat al jaren onder druk. En met de vergrijzing en een naderende pensioengolf lijkt die krapte voorlopig niet te verdwijnen. Werkgevers zoeken daarom naar manieren om personeelstekorten op te vangen. Ze organiseren werk slimmer, investeren in technologie zoals AI, verbeteren arbeidsvoorwaarden en zetten sterker in op scholing.
Maar er is ook een andere route: meer mensen aan het werk krijgen. Niet alleen via arbeidsmigratie, maar ook door te kijken naar mensen die nu nog niet (volledig) werken, terwijl ze dat wel zouden kunnen. Deze groep noemen we het onbenut arbeidspotentieel.
Hoe groot is het onbenut arbeidspotentieel in Limburg?
In Limburg gaat het om ongeveer 70.000 mensen. Dat is zo’n 8% van alle inwoners tussen de 15 en 75 jaar, de leeftijdsgroep die volgens het CBS in principe kan werken. Daarmee ligt Limburg in lijn met de rest van Nederland.
Het onbenut arbeidspotentieel bestaat uit drie groepen:
- Onderbenutte deeltijders (42%)
Mensen die al werken, maar meer uren willen en kunnen maken - Werklozen (31%)
Mensen zonder baan die actief zoeken en direct beschikbaar zijn - Semi-werklozen (26%)
Mensen die wel beschikbaar zijn maar niet actief zoeken, of andersom
Bron: CBS, bewerkt door ArbeidsmarktInZicht
Historisch klein potentieel
Het onbenut arbeidspotentieel klinkt als een aantrekkelijke bron van extra arbeidskrachten. Toch is de werkelijkheid weerbarstiger.
De groep is de afgelopen jaren namelijk sterk afgenomen. In 2013 ging het nog om 138.000 mensen in Limburg. In 2025 is dat aantal bijna gehalveerd naar 70.000. Ondanks een lichte stijging sinds 2023 blijft de groep historisch klein.

Bron: CBS, bewerkt door ArbeidsmarktInZicht
Dit betekent dat het onbenut arbeidspotentieel wel kan helpen om de krapte te verminderen, maar het tekort op de arbeidsmarkt niet volledig kan oplossen.
Extra uren: beperkt effect op de arbeidsmarkt
Ook binnen de groep onderbenutte deeltijders is de ruimte beperkt. De aantallen per sector zijn relatief klein en in geen enkele sector ligt het aandeel boven de 10%.
Daarnaast geven mensen in deze groep aan dat ze gemiddeld ongeveer 8 uur per week extra beschikbaar zijn voor werk, dat is ongeveer 0,2 fte.
Dat is simpelweg niet genoeg om de structurele personeelstekorten op te vangen.
Bron: CBS, bewerkt door ArbeidsmarktInZicht
Waarom kunnen mensen niet (meer) werken?
Er zijn verschillende redenen waarom mensen uit het onbenut arbeidspotentieel niet of minder werken dan ze zouden willen.
Studie en opleiding
Ongeveer de helft van de onderbenutte deeltijders volgt onderwijs. Denk aan jongeren die naast hun studie werken. Zij willen soms meer uren maken, maar moeten ook tijd overhouden voor school of hun afstuderen.
Zorgtaken
Veel mensen combineren werk met zorgtaken voor kinderen of familieleden. Door de vergrijzing neemt deze druk naar verwachting verder toe.
Beperkingen binnen organisaties
Soms kunnen werkgevers het werk niet flexibel genoeg organiseren om extra uren mogelijk te maken.
Niet de juiste vaardigheden
Werkzoekenden kunnen moeite hebben om een baan te vinden doordat hun opleiding of vaardigheden niet goed aansluiten op de vraag in de arbeidsmarkt.
Onzekerheid of ontmoediging
Negatieve ervaringen tijdens sollicitaties kunnen leiden tot minder zelfvertrouwen en uiteindelijk tot het tijdelijk stoppen met zoeken naar werk.
Tegelijkertijd wil een andere groep juist minder werken
Naast mensen die meer willen werken, is er ook een groep die het tegenovergestelde wil.
In Limburg geven ongeveer 78.000 werkenden aan dat zij juist minder uren willen maken. Dat is zo’n 13% van alle werkenden.
Dit betekent dat extra arbeid uit het onbenut potentieel deels wordt gecompenseerd door mensen die minder gaan werken.
Bron: CBS, bewerkt door ArbeidsmarktInZicht
Wat betekent dit voor werkgevers in Limburg?
Hoewel het onbenut arbeidspotentieel de krapte op de arbeidsmarkt niet volledig kan oplossen, kan het wel helpen om de druk te verlagen. Werkgevers kunnen hierin zelf een belangrijke rol spelen.
Een paar praktische richtingen:
- Focus op vaardigheden in plaats van diploma’s:Door te kijken naar skills en motivatie in plaats van alleen naar ervaring of opleiding, wordt de vijver met kandidaten groter.
- Verlaag drempels in het sollicitatieproces: Bijvoorbeeld door minder strikte functie-eisen of door open hiring toe te passen.
- Maak werk flexibeler: Roosters die beter aansluiten op privéverplichtingen kunnen ervoor zorgen dat medewerkers daadwerkelijk meer uren gaan werken.
Ondersteuning voor werkzoekenden en werkgevers
Om mensen sneller naar werk te begeleiden, heeft de overheid samen met regionale partners 35 regionale werkcentra opgericht. Dit zijn centrale plekken waar werkzoekenden en werkgevers terechtkunnen met vragen en ondersteuning bij het vinden van werk of personeel.
Conclusie: belangrijk potentieel, maar geen snelle oplossing
Het onbenut arbeidspotentieel in Limburg is historisch klein. Bovendien is het aantal extra uren dat mensen kunnen werken beperkt.
De krapte op de arbeidsmarkt zal daarom niet vanzelf verdwijnen. De uitdaging voor werkgevers ligt vooral in het slimmer organiseren van werk, het verbreden van de doelgroep en het beter benutten van het talent dat er al is.
Altijd op de hoogte van het laatste arbeidsmarktnieuws? Schrijf je in voor onze tweewekelijkse nieuwsbrief.